Home Opvoeding & Onderwijs ‘Wij allochtonen durven emoties niet te uiten’

Peiling

Hoe oud ben je?

 

Laatste reacties

‘Wij allochtonen durven emoties niet te uiten’ E-mail
vrijdag, 11 april 2008 08:24
(DePers) - Abkader Chrifi doolde als drugsverslaafde rond op Hoog Catharijne. Nu leert de Marokkaanse zakenman aan jongeren om zélf hun problemen op te lossen.

Een vergeelde foto. Een man met donkere snor en krullenbos loopt met wat lotgenoten door de groene omgeving van Meppel. Zijn blik is leeg, de voorjaarszon weerkaatst op de struiken. ‘Op deze foto zat ik zo’n vier weken in afkickcentrum Arta’, vertelt Abkader Chrifi (49) op zijn sobere kantoor in Utrecht. ‘Ik was zesentwintig, maar leek veel ouder. Mijn gebit was verrot, mijn lichaam was stuk.’

Zes lange jaren was hij verslaafd aan heroïne en cocaïne. De radicale aanpak van de antroposofische instelling – geen radio, tv, alcohol, sigaretten, medicijnen, zelfs geen paracetamol – redde hem. Onlangs was hij voor het eerst in 23 jaar terug. ‘Ik zag er het kamertje waar ik de eerste zware nachten doorstond, de groentetuin die we bewerkten. En ze hadden nog een fotoalbum uit 1985. Het heeft me héél diep geraakt.’

Hij zag ook weer een foto van een vriend uit Arta, nu allang overleden – zoals zovele verslaafden die Chrifi kende. Al die jaren wist alleen zijn familie van zijn roerige verleden – zijn vrouw durfde hij het pas te vertellen toen ze al getrouwd waren. Intussen werkte hij aan oude dagboeknotities. Met het recente verschijnen van Strijd van een vreemde komt een einde aan de worsteling.

Onherkenbaar is Chrifi nú, zijn ogen staan helder. ‘Ik rook niet, drink niet en fitness drie keer per week.’ Met zijn strakke pak en bruinleren schoenen kan hij zo doorgaan voor een consultant. En dat is hij ook. Met zijn ‘empowerment-bureau’ Le Succès geeft hij trainingen op mbo-scholen en in jeugdgevangenissen. Maar ook aan leraren, agenten en welzijnswerkers. ‘Vroeger had ik een uitkering, nu train ik arbeidsmarktconsulenten. Grappig nietwaar?’

Dat had hij als jongetje uit de Rif niet kunnen denken. ‘Het leven in Marokko is hard. Ik verkocht als kind van zes al plastic tassen in de soek. Ik probeerde weg te lopen, mijn vader achterna, die in Europa werkte als gastarbeider.’ Dat eerste avontuur eindigt met een pak slaag van zijn moeder. Als het gezin later toch herenigd wordt in Utrecht, blijkt dat minder feestelijk dan gehoopt. Blonk kleine Abkader uit in Frans, hier heeft hij moeite met de taal.

Zonder affiniteit met techniek valt hij snel uit op de lts. Zijn grote liefde is de muziek. Hij speelt basgitaar, van het voorprogramma van Nass El Ghiwane – zijn politiek-bewuste helden uit Marokko – tot countryrock in een Amerikaanse legerband. Maar intussen is Chrifi al van de marihuana overgestapt op de heroïne. Hij raakt steeds meer vrienden kwijt en komt in een klein cirkeltje van veelplegers op Hoog Catharijne terecht. Al gauw steelt en smokkelt hij zelf.

Het leidt tot grote confrontaties met zijn vader. ‘Volgens hem kwam ik in het hellevuur terecht, ik gebruikte drugs en was totaal mislukt. Ik antwoordde hem dat mijn lotsbestemming, El Maktoeb, al bij mijn geboorte op mijn voorhoofd geschreven stond volgens de islam. Ofwel, dit is wat God wil. Daar had hij het natuurlijk heel moeilijk mee. Maar ik kon me geen ergere hel voorstellen dan die waar ik al in zat.’

Chrifi beschrijft een gesloten Marokkaanse gemeenschap, waar schaamte de boventoon voert. ‘Net als in de Turkse, Chinese en Ghanese cultuur is het ongebruikelijk om de vuile was buiten te hangen. Wij allochtonen durven onze emoties niet te uiten. Nederlanders hebben dat door de feminisering en individualisering van de jaren zestig geleerd. Dat proces moet onze generatie nog ondergaan. Een eigen mening vormen, open zeggen wat je vindt.’

Maar ook de autochtonen komen er niet goed af in het boek. Velen hebben een hekel aan buitenlanders. ‘Nu heb ik weinig last meer van discriminatie’, lacht de ondernemer. ‘Dat heeft te maken met je eigen uitstraling. Van mijn ellende gaf ik iedereen de schuld: mijn ouders, het onderwijs, de politie. Tot ze me bij Arta vroegen: heb jij wel jezelf geaccepteerd?’ Chrifi besloot het voortaan bij zichzelf te zoeken.

Voor hetzelfde geld was hij er niet meer geweest. Op een avond liep hij vlakbij de Jaarbeurs toevallig een groepje neonazi’s tegen het lijf. Voor hij het wist kreeg hij, ‘vieze buitenlander’, de eerste schop tegen zijn borst. Als een opgejaagd dier wist hij te ontkomen. Bijkomend op een bankje praatte hij voor het eerst over zijn gevoelens, met een kat. ‘Toen besloot ik om terug te vechten.’

Hij overwon zijn verslaving en stelde vier doelen: huis, studie, baan en gezin. Met geleend geld (‘vaak had ik geen eten en moest ik kilometers lopen omdat de bus te duur was’) studeerde hij voor arbeidmarktconsulent. Hij solliciteerde net zo lang tot hij eindelijk een kans kreeg aan de andere kant van de balie. En nu heeft hij zijn eigen bedrijf, met bijna een half miljoen omzet per jaar.

Schepper van je eigen werkelijkheid, zo noemt Chrifi dat. ‘Mijn grote inspirator is Martin Luther King en zijn methode van vreedzaam verzet. Als ik gediscrimineerd word, hoef je geen medelijden met mij te hebben, maar met degene die discrimineert. Die is het slachtoffer van zijn eigen haat. Regelmatig heb ik ruiten van disco’s ingegooid, als we weer eens geweigerd werden. Maar je moet niet haat met haat bestrijden.’

Ooit werd hij op straat in Utrecht aangesproken door mannen uit de moskee. De poortwachters van de hemel, zo noemt hij ze. ‘Zij hadden baarden en gewaden. Ik had lang haar, een spijkerbroek en laarzen, ik was stoned en dronken. Deze mensen wezen me af, dat merkte ik. Het was een eenzijdige discussie. Maar stel dat ik nu jong was geweest en zulke mensen gaven me de erkenning die ik zocht, wie weet was ik een extremist geworden.’

Ironisch genoeg is hij na zijn afkicken als een moslim gaan leven. ‘Terug in de samenleving ben ik de Koran gaan bestuderen. Mijn vader luisterde alleen naar de preken, die heeft hem nooit zelf gelezen. Het is een geweldig boek.’ Chrifi maakte zijn eigen mix van de westerse psychotherapie en islamitische cultuur. ‘De kern is dat iedereen onbeperkte mogelijkheden heeft en tegelijk zijn eigen identiteit kan behouden.’

Met een nadruk op positief denken traint hij jongeren, allochtoon en autochtoon. Hij wijst ze op hun eigen verantwoordelijkheid. ‘Waarom heeft niemand mij dit ooit geleerd, is hun reactie. Na zo’n training duiken ze minder snel in de slachtofferrol, melden hun docenten.’

Hij zet een brilletje op en leest een Koranvers over kennis voor. ‘Kennis is een plicht voor elke moslim, zo interpreteer ik dat. Maar kijk om je heen. Zeventig procent van de Marokkaanse jongeren stopt met school. Er is een inburgeringswet van Verdonk voor nodig zodat allochtonen de taal gaan leren. Dat moeten we toch uit onszelf doen!’

Zelf was Chrifi later dag en nacht bezig met het Nederlands. ‘Ik las alles, van Kafka tot Guust Flater.’ Toch ziet hij nog steeds angst voor kennis. ‘Vaak hoor ik van moskeeën dat ze mijn vorige boek te filosofisch vinden om te gebruiken. Ze zijn bang voor zelfbewuste jongeren. In de Marokkaanse gemeenschap heerst nog steeds totale verwarring, een identiteitscrisis. Langzaam worstelen we richting een nieuwe koers.’

Dat gaat niet soepel. ‘Jongeren van nu hebben het moeilijker dan ik had, door het hardere maatschappelijke debat. Natuurlijk is er vrijheid van meningsuiting, Wilders mág Fitnamaken. Maar het is een propagandafilm die angst en haat zaait. Hitler en Saddam Hoessein hebben niet anders gedaan. Al die gruwelijke beelden. Denk je soms dat ík onder de taliban wil leven? In die zin zijn bijna alle Nederlandse moslims het eens met Wilders...’

Er is hardheid te vinden in de Koran, erkent Chrifi. ‘Maar dat staat in een historische context. Bijvoorbeeld de tekst ‘doodt hen waar je ze maar kunt vinden’. Je hebt het over 1500 jaar geleden, toen er strijd was met de niet-moslims. En dan nog laat Wilders nuanceringen, die in de Koran op zulke teksten volgen, helemaal weg.’ Desondanks blijft hij bij zijn eerdere oproep aan moslims om de PVV-voorman juist te knuffelen.

Volgens Chrifi is het zinloos om miljarden te pompen in de integratie. ‘Het gaat om mentaliteitsverandering.’ Dat doet hij ook met de campagne Trendy Maroc Star. ‘Ik wil de karikatuur van de criminele Marokkaan nuanceren, net als ik dat met mijn boek wil. Ik hoop dat de lezer deze jongen niet veroordeelt, maar hem zijn vriendschap schenkt.’

Voor Chrifi zélf heeft zijn filosofie in ieder geval gewerkt. Met zijn vrouw (‘het beste wat me ooit is overkomen’) en drie dochters (‘ik maak alles bespreekbaar, zonder taboes’) heeft hij het gezin dat hij altijd wilde.

En hij verzoende zich met zijn ouders. ‘Ik ben blij dat ik veel terug heb kunnen doen. Mijn vader is overleden aan de ziekte van Parkinson en zat de laatste jaren van zijn leven in een rolstoel. Elke zaterdag ging ik met hem kibbeling halen bij de viskraam. Vroeger ging jij met mij naar de markt en gaf me te eten, zei ik eens tegen hem. Nu is het omgekeerd. Hij kreeg tranen in zijn ogen en geen hap meer door zijn keel.’

Door: Peter Wierenga
Reacties
Toevoegen Zoeken RSS
Reageer
Naam:
E-mail:
 
Onderwerp:
UBBCode:
[b] [i] [u] [url] [quote] [code] [img] 
 
 
:angry::0:confused::cheer:B):evil::silly::dry::lol::kiss::D:pinch:
:(:shock::X:side::):P:unsure::woohoo::huh::whistle:;):s
:!::?::idea::arrow:
 
Voer de anti-spam code in die in het plaatje staat.

3.23 Copyright (C) 2007 Alain Georgette / Copyright (C) 2006 Frantisek Hliva. All rights reserved."