Home Opinie Hoe Nederland mensenrechten ‘net niet’ naleeft

Peiling

Hoe oud ben je?

 

Laatste reacties

Hoe Nederland mensenrechten ‘net niet’ naleeft Afdrukken E-mail
Gebruikerswaardering: / 1
LaagsteHoogste 
Columns
Geschreven door Caroline de Gruyter   
woensdag, 16 april 2008 20:37
GENEVE (NRC) - De leden van de mensenrechtenraad van de VN moeten verantwoording afleggen over zichzelf. Daarom was gisteren staatssecretaris Albayrak in Genève. „De martelsituatie is in Nederland niet ideaal.”

Peru wilde weten hoe het in Nederland zit met de rechten van migranten.

Frankrijk had een vraag over de brand in het detentiecentrum op Schiphol in 2005 en de lessen die Nederland daaruit had getrokken.

Iran begon over islamofobie, kindermishandeling en vrouwenhandel en wilde maatregelen om de rol van de familie te versterken.

Zuid-Afrika vroeg waarom er weinig Nederlandse vrouwen in topposities zitten.

En het Vaticaan informeerde met klem naar „pasgeboren kinderen met handicaps wier levens [...] worden beëindigd”.

Maar Pakistan prees Nederland voor de houding na de film Fitna.

Alle 47 landen die lid zijn van de mensenrechtenraad van de Verenigde Naties, het hoogste orgaan waar mensenrechtenschendingen aan de kaak kunnen worden gesteld, moeten tegenwoordig verantwoording afleggen over hun eigen gedrag. Gisteren was het de beurt aan Nederland. Staatssecretaris Albayrak (Justitie, PvdA) was met ambtenaren van meerdere ministeries naar Genève gekomen. Ze zei dat „Nederland veel waarde hecht aan het verdedigen van mensenrechten” maar zich ook „bewust is van nationale en internationale tekortkomingen”. Daarom „verwachten we dat we vandaag niet alleen complimenten krijgen maar staan we ook open voor kritiek en suggesties”.

Ongeveer veertig landen stelden vragen. Aan suggesties was evenmin gebrek. Iedereen had twee minuten spreektijd. Daarna flikkerden er rode letters op een scherm: „Time’s Up!” Ngo’s mochten de zaal in, maar de meerderheid van derdewereldlanden in de raad voorkwam dat die vragen konden stellen. Volgens activisten past dit in de algemene teneur: door die meerderheid wordt Israël gemakkelijker veroordeeld dan Soedan of China. Anderen zien lichtpuntjes. Zoals deze nieuwe hoorzittingen. Zittingen als deze moeten voorkomen dat een land als Zimbabwe in de raad komt en bijvoorbeeld Zwitserland de mantel uitveegt. Andere opsteker: het was derdewereldlanden net niet gelukt de webcast van de hoorzittingen onmogelijk te maken.

Veel landen die Nederland aan de tand voelden, hadden wél naar sites van ngo’s gesurft voor inspiratie. Zo meldt Amnesty dat Nederland onvolledig rapporteert over Aruba en de Antillen en dat Den Haag traag is met het ratificeren van verdragen.

Diplomaten begonnen prompt over deze onderwerpen, al kwamen ze zelf uit landen die Amnesty de mond snoeren. Zo meende de „geachte afgevaardigde uit Wit-Rusland” dat de „martelsituatie niet ideaal is in Nederland”.

Maar de Pakistaanse ambassadeur, die in Nederland heeft gewoond, maakte onderscheid tussen „die extremistische documentairemaker” en diens aanhang enerzijds, en het standpunt van de regering anderzijds – dat hij prees. Zijn vraag was of het mogelijk was de documentairemaker te vervolgen. Veel islamitische landen begonnen over de film Fitna, zoals emigratielanden over migrantenrechten begonnen en Nigeria over gesmokkelde vrouwen. Albayrak luisterde en maakte aantekeningen. Na zo’n vijftien vragen gaf ze, in het Engels, antwoord. „Dat is een interessante!” zei ze toen een Egyptenaar zei dat „72 procent van de Nederlanders in een opiniepeiling zei vóór de herinvoering van de doodstraf te zijn”. De man wist niet dat het ging om 72 procent van de aanhangers van Wilders.

Alles passeerde de revue: van tienerpsychiatrie en strenge asielwetten tot cybercrime en burgerrechten in de War on Terror. De toon was keurig, beleefd. Net als de afgelopen dagen, toen landen als Groot-Brittannië, Tunesië, Finland en Algerije op de grill lagen. Islamitische landen prezen elkaar de hemel in, in aanwezigheid van elkaars ministers. Westerse landen hadden meer zelfkritiek en kregen steviger vragen. Bahrein en Tunesië weigerden ngo’s uit hun eigen land te ontmoeten. Westerse bewindslieden, onder wie Albayrak, beraadslaagden na afloop juist uitvoerig met ‘hun’ ngo’s. Landen als Nederland, vindt zij, moeten het goede voorbeeld geven. Vroeger deden we dat door het vingertje op te heffen. Nu „stellen we ons kwetsbaar op, zonder zwak te zijn. Als andere landen zien dat dit een goede discussie oplevert, durven ze dat misschien zelf ook.”

Door: Caroline de Gruyter
Reacties
Toevoegen Zoeken RSS
Reageer
Naam:
E-mail:
 
Onderwerp:
UBBCode:
[b] [i] [u] [url] [quote] [code] [img] 
 
 
:angry::0:confused::cheer:B):evil::silly::dry::lol::kiss::D:pinch:
:(:shock::X:side::):P:unsure::woohoo::huh::whistle:;):s
:!::?::idea::arrow:
 
Voer de anti-spam code in die in het plaatje staat.

3.23 Copyright (C) 2007 Alain Georgette / Copyright (C) 2006 Frantisek Hliva. All rights reserved."